Vlaamse woorden

0

Het leukste aan de taalverschillen is de andere woordenschat.

Sommige Vlaamse woorden brengen Nederlanders compleet op het verkeerde spoor. Zo dacht mijn Nederlandse vrouw dat een kuisvrouw ofwel een preutse, kuise vrouw was, ofwel nèt het tegenovergestelde, namelijk een vrouw van lichte zede. Dat ik wel eens hardop gemijmerd had over het laten komen van een kuisvrouw, had haar in het prille begin van onze relatie duidelijk op het verkeerde spoor gezet. (Voor de Nederlandse lezers: een kuisvrouw is een poetsvrouw.)

Andere Vlaamse woorden leveren bij Nederlanders geen enkele associatie op. Zoals ambetanterik (lastpak) of zwanzen (schertsen). Of een van de populairste Vlaamse woorden: goesting (zin hebben in). Klinkt allemaal best apart en lichtjes exotisch. Soms haast Afrikaans, zoals duimspijker (punaise), stortbad (douche), droogkuis (stomerij), wasdroger (centrifuge), briefomslag (enveloppe), pennenzak (etui), buitenwipper (uitsmijter) en buikenpit (navel). Mijn favoriet Vlaams woord klinkt werelds en leverde tot nu toe bij de Nederlanders die mijn pad kruisten nul komma nul associatie op: isomo (piepschuim).
In Nederland kun je de weg niet vinden als je gebruik maakt van Vlaamse woorden. De weg vragen in Vlaanderen met Hollandse woorden lukt al evenmin.

Share.

Leave A Reply