Koken met een Nederlander

3

Acht handige tips voor Belgen die met een Nederlander aan hun zijde wensen te kokerellen en tafelen, oftewel acht vuistregels voor diegenen die er een voorspoedige bereiding en een eetbare maaltijd aan over wensen te houden.

Tip 1: Spreek alle terminologie door

Alvorens te beginnen, spreek de voornaamste keukentermen door. Spraakverwarring tijdens handelingen met kokendheet water voorspelt met bijna wiskundige zekerheid een faliekant foute afloop.
Als u uw kookbuddy tijdens een of ander kookmanoeuvre een pan vraagt aan te reiken, kan het gebeuren dat hij met een pot komt aandraven. Nederlanders noemen potten ook pannen, en pannen noemen ze dan weer koekenpannen. Wenst u een klopper, dan is er veel kans dat er niets gebeurt. Met het woord garde heeft u wellicht meer succes.
Wanneer uw kookgezel het heeft over ‘obeijnmeuwie’, dan bedoelt hij dat hij iets in een kommetje in een pan (dus pot) met heet water gaat loslaten (au bain marie). Franse termen liggen doorgaans nogal moeilijk in de mond.

Tip 2: Maak een schets van uw bereiding

Ga er niet van uit dat uw Nederlandse kompaan eenzelfde voorstelling als u bij ingrediënten en bereidingen heeft. Een korte schets ondervangt verbijstering tijdens latere fases. Wanneer u patatjes bij uw maaltijd wil, voorkomt een visuele weergave van uw patatjes dat uw Nederlandse kookpartner de aardappelen in langwerpige stukken snijdt en met de frituurpan aan komt lopen.
Indien het u aan tekentalent ontbreekt, doet een woordenboek het ook altijd goed. Een karbonade is een kotelet, taugé zijn sojascheuten, kwark is verse kaas, poedersuiker is bloemsuiker, kippenragout is vol-au-vent, vla is vloeibare pudding, grapefruit is pompelmoes, meel is bloem, ham is hesp, bosuitjes zijn pijpajuintjes, filet américain is préparé, jam is confituur, cranberry’s zijn veenbessen en tosti’s zijn croque monsieurs. Verder hebben een aantal gerechten geen synoniem maar een andere ongedefinieerde verschijningsvorm, zoals stoverij. In dat zeldzame geval is een heroverweging van het gerecht een verstandige zaak.

Tip 3: Weeg zelf de ingrediënten af

Nederlanders zijn geduchte afmeters. Tot in de milliprecisie kunnen ze uitmikken wat de benodigde dosering is. En net dàt is een probleem. Afgemeten proporties staan zo ongezellig en ongastvrij. Geschraap op de bodem van de pan (ja pot) is te voorkomen door zelf de ingrediënten af te wegen. Vermenigvuldig daarom alle hoeveelheden met anderhalf. Schud zonder enig schuldgevoel de hèle zak ingrediënten uit. Graai vorstelijk in de koelkast. Dump exuberant veel bouillon en giet zondig veel wijn in het gerecht. Wees gul bij het toevoegen van lekkernijen. Meng royaal veel kruiden in het geheel en lanceer kwistig nog wat zelf verzonnen extraatjes in de pan (pot).
Zo, de basis voor een copieus maal is gelegd.

Tip 4: Pas op voor alle vormen van room

Wees uiterst voorzichtig met room, slagroom, crème fraîche of afgeleiden. Dit is geen verdoken afslankboodschap, maar een preventieve veiligheidsmaatregel. Immers, wat slagroom en consoorten in België is, is het niet in Nederland. Schrik niet als uw Nederlandse kookvriend een bekertje slagroom of wat crème fraîche door uw eenpansgerecht wil mengen. Het is niet wat u denkt dat het is.
Door mijn onophoudelijke overmoed het interculturele room-mysterie te kunnen overmeesteren, hebben talloze bereidingen het hier niet gehaald. Af en toe hebben enkele hartige bereidingen onverhoopt een schadelijk hoge zuurtegraad of smaken mijn gerechten met room alsof er per abuis een zuiveltank in geloosd is.

Tip 5: Wees selectief met extraatjes en garnering

Vertrouw uw primair smaakpapillen-instinct. Zeg kordaat nee tegen verdachte toevoegingen, zoals zijnde gedroogde vruchten in zuurkool; aardbeiensaus bij biefstuk; of ei met banaan, brie en stroop. Het is mij allemaal overkomen. Het slikt ongekend moeizaam weg.

De drie belangrijkste Nederlandse bedreigers van een goed maal zijn: kaneel, rozijnen en satésaus.
1. Een vierde van de gerechten bevat hier kaneel. In zoete gerechten ligt dat voor de hand, maar bij hartige bereidingen wordt het geheel er aanzienlijk minder appetijtelijk door. Enkele gerechten van de website van Albert Heijn: Pasta met kaas, spinazie en kaneel. Kipkluifjes (VL: kippenbillekes) met kaneel. Zuurkool met kaneel. Garnalen met kaneel. Verder gaat kaneel ook nog in uiensoep, op varkenshaas en in pompoensoep. Kortom, kaneel gaat met alles.

2. Ook rozijnen en krenten vormen een potentiële bedreiging voor uw hartig gerecht. Voor u het goed en wel beseft draaien Nederlandse kookgezellen rozijnen in uw aardappelpuree, gehaktbereiding, salades of in al deze onderdelen tegelijkertijd. Ook rozijnen worden beschouwd als een universele toevoeging in de Nederlandse keuken.

3. De onovertroffen maaltijdbederver is pindasaus ofwel satésaus. Pindakaas op de boterham gaat er goed in, satésaus op hartige gerechten daarentegen is nauwelijks weg te werken. Deze smaakverpester bij uitstek wordt in elk eetcafé geserveerd, meestal over een brochette (NL: saté). Een gerecht met satésaus ziet er uit alsof de ober zich bij het serveren plotseling onwel voelde. Door de dikte en sterkte van de saus vindt en proeft u niets meer van uw gerecht terug.

Tip 6: Bescherm uw bereiding voor de truc met de vork

Het gerecht is bereid. Nederlanders hebben de neiging er alsnog een typisch Hollandse finishing touch aan toe te voegen. Indien een vork of stamper in hun reikwijdte ligt, voelen Nederlanders de onweerstaanbare drang alles te pletten, stampen of prakken. Het verschil tussen de drie werkwoorden ligt waarschijnlijk bij de gehanteerde tool. Het resultaat is echter telkens hetzelfde: alsof er een auto over uw bord of schotel gereden heeft. Wel handig als u ook voor de allerkleinsten wenst te koken.

Tip 7: Vergeet de melk niet

Wanneer u aan tafel gaat, vergeet de melk niet. Een uitstervend, maar nog steeds groot segment van de Nederlandse bevolking drinkt een glas koude melk bij een warme maaltijd. Zuivel bij hartige maaltijden is in Nederland een normaal verschijnsel.

Tip 8: Voorzie altijd iets toe

Na het hoofdgerecht zult u een pauze inlassen om rustig na te genieten van alle smaken die uw mond betoverden. Nederlanders doen dat in mindere mate. Indien u geen aanstalten maakt voor een volgende gang, verraadt hun onthutsende verwarring hun diep verlangen naar iets zoets. Zelfs na de meest eenvoudige maaltijd eet de doorsnee Nederlander nog iets toe. Dat kan een kwak yoghurt of een klodder vla (VL: zeer vloeibare pudding) zijn, of het samenvoegen van de twee, opgevrolijkt door wat rozijntjes (cfr. tip 5). Maar een meer bijzonder toetje kan altijd rekenen op groot enthousiasme. Het is voor hen immers het hoogtepunt van de maaltijd.

Nederlanders zijn de hartelijkste en welwillendste mensen op de aardbol om iets nieuws mee uit te proberen. Het kriebelt in hun lijf om te ondernemen, om nieuwe dingen te verkennen en ongeveer alles vinden ze ‘hartstikke leuk’. Mits in acht nemen van bovenstaande vuistregels bij het co-koken zult ook u zo kunnen besluiten.

Veel succes!

Share.

3 reacties

  1. Net te laat,
    Ik had deze week een bekertje crème fraiche gekocht voor mijn quiche. Was dus zuur, gelukkig hou ik van room en moet ik altijd eerst even proeven. Ik dacht dat het zuur geworden was, dus weggekieperd.
    Ik heb het dan maar met melk gedaan 🙂

  2. Als je ze allemaal zo opsomt houden wij Hollanders er maar rare gewoontes op na.
    Met als absoluut dieptepunt inderdaad het prakken van de aardappelen. 😉

Leave A Reply